• video

    Kies ervoor om ...

...te praten over de dood en het doodgaan

UITSPRAKEN


‘Niemand voelt mijn angst, maar het is er altijd.’

‘De angst komt als een dief in de nacht en slokt me op.’

‘Je leert ermee omgaan, het wordt een onderdeel van je leven.’

‘Openheid en eerlijkheid sterken de patiënt bij het maken van keuzes.’

‘Ze heeft van alles verteld, maar ga ik nu dood?’

...door te verwijzen naar een collega

UITSPRAKEN


‘Het klikte niet en ik vertrouwde hem niet, maar ik durf niet om een andere te vragen.’

‘Ik ben er niet om het ego van de dokter te strelen, als het niet klikt, uit elkaar.’

‘Het vraagt moed om te zeggen dat je relatie met de patiënt niet goed is en hem door te verwijzen.’

...te vragen en horen wat de patiënt kiest

UITSPRAKEN


‘Wat nou regie, hoe weet ik nou wat ik wil.’

‘Ik leef, ik ga dood en ik bepaal.’

‘Het liefst zou ik de boel de boel laten. Geen chemo, maar een wijntje.’

‘Ik durf niet tegen haar advies in te gaan. Ik wil onze band niet verstoren.’

‘Ik wil eerst denken en dan pas kiezen.’

‘Waarom vasthouden aan regels als de patiënt anders wil.’

...de patiënt als mens te zien

UITSPRAKEN


‘Zie me toch!’

‘Vraag hoe het met me is, voordat de naald erin gaat.’

‘Het is soms moeilijk en soms mooi, maar het doet zo zeer.’

‘Ik ben meer dan mijn ziekte.’

...te twijfelen en het niet te weten

UITSPRAKEN


‘Hij wist het niet, hij zei het niet, maar ik wist dat. Daar stond ik: doodziek en onzeker.’

‘Ik was opgelucht dat hij zei dat hij het niet wist. Samen konden we verder zoeken.’

‘Ik zag haar twijfel en emotie. Dat deed me goed.’

...mee te bewegen met de patiënt.

UITSPRAKEN


‘Hoe moet ik vandaag weten wat ik morgen wil.’

‘Ik ken de weg niet, de weg ontstaat gaandeweg.’

‘Ik wil niet lijden, maar als het zover is misschien toch wel.’

...te praten over het leven (voor de dood)

UITSPRAKEN


‘Ik wil over het leven praten, ik leef.’

‘Ik zit niet te wachten tot ik dood ga.’

‘Nee, ik wil er gewoon niet over praten. Nee, laat me.’

‘Eerst denk je ‘ik ga dood’, later ‘ik wil kwaliteit van leven in de tijd die ik nog hebt.’

...te vragen naar de impact van je woorden/daden

UITSPRAKEN


‘Toen ik hoorde dat ik kanker had, hoorde ik daarna niets meer.’

‘Ik durfde het niet te vragen, maar wat zegt ze eigenlijk.’

‘Ik stond buiten met een vraagteken. Om wie gaat het nou eigenlijk?’

‘“Heel veel sterkte” zei ze, wat bedoelde ze?’

...te horen wat niet gezegd wordt

UITSPRAKEN


‘Die arts ziet toch dat ik het niet red.’

‘Over de pijn praat ik maar niet. Dat snapt ze toch zo ook wel.’

‘Ik moet niks.’

‘Ik heb niet gezegd dat ik misschien niet doodging, dan stond ik weer alleen.’

...oog te hebben voor de naaste

UITSPRAKEN


‘Mijn man wil dat het over is, maar ik voel dat het niet goed gaat.’

‘ ”Ga dan dood”, riep mijn vrouw.’

‘Ik wil me voorbereiden op mijn dood, mijn man wil vechten voor mijn leven.’

‘Na het gesprek met de dokter hadden we donderende ruzie in de auto.’

‘Ik hoorde 10% hoop en mijn vrouw hoorde 90 % vrees.’